Laatste nieuws
Geen boete langs de weg in Oostenrijk (17 January 2012)
Uitbreiding naar 8 advocaten (04 January 2012)
Fijne kerst en een spetterend 2012 ! (16 December 2011)
Archief per jaar
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
Voer a.u.b. een woord in om te zoeken.
NIWO moet regelgeving aanpassen
Haarlem — 12 december 2002
Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) heeft op 11 december 2002 uitspraak gedaan in een zaak van een Brits transportbedrijf dat was uitgevlagd naar Nederland. Na anderhalf jaar in Nederland geopereerd te hebben, trok de NIWO de vergunning in. Het bedrijf heeft als gevolg van de intrekking 43 voertuigen weer in Engealnd laten registreren. De gronden voor de intrekking waren: geen reële vestiging en de vakbekwame persoon gaf niet daadwerkelijk en permanent leiding aan het bedrijf.
In de procedure stonden twee vragen centraal:
- Is het begrip vestiging zoals bedoeld in de WGW en Verordening 881/92 te beschouwen als reële vestiging of is enkel registratie bij de Kamer van Koophandel voldoende?
- De tweede vraag was of een vakbekwaam persoon vanuit het buitenland daadwerkelijk en permanent leiding kon geven.
Wat de eerste vraag betreft heeft de NIWO altijd het standpunt verdedigd dat er een reële band met Nederland moet zijn. Op de tweede vraag was het antwoord van het vergunning verlenend orgaan dat de vakbekwaamheid moest worden ingebracht vanuit de plaats van vestiging. De NIWO hanteerde daar beleidsregels voor zoals het aantal uren dat een vakbekwaam persoon vanuit het kantoor aan de vervoersactiviteiten diende te besteden.
Volgens Vallenduuk Advocaten was de eis van reële vestiging in strijd met het beginsel van vrijheid van vestiging. Bij andere economische activiteiten was inschrijving in de Kamer van Koophandel genoeg en sommige activiteiten kon men in een andere lid-staat uitvoeren zonder daar gevestigd te zijn. Het CBB oordeelde dat het in beginsel al mogelijk is dat vervoer door een in het buitenland gevestigde onderneming in andere lid-Staten kan plaats vinden (cabotage). Verder is het niet in strijd met het gemeenschapsrecht als een lid-staat regels stelt aan een op haar grondgebied gevestigde vervoerder inzake beheer en exploitatie van de onderneming. Die regels mogen echter niet een belemmering vormen in die zin dat een filiaal geen instructies vanuit de buitenlandse hoofdvestiging kan opvolgen. Kort gezegd. De NIWO mag regels stellen aan beheer en exploitatie wat feitelijk neerkomt op een eis van reële vestiging.
Op de tweede vraag kan het CBB de visie van de NIWO niet delen. De NIWO meende, dat nu de vakbekwaamheid van buiten Nederland werd ingebracht er geen sprake kon zijn van reële vestiging. Het CBB stelt echter dat het wel mogelijk is dat van buiten Nederland daadwerkelijk en permanent leiding wordt gegeven aan een transportbedrijf. Wel is het noodzakelijk dat zulks in Nederland wordt gecontroleerd. Daartoe is samenwerking tussen de autoriteiten van lid-Staten onvoldoende.
Het CBB verwerpt voor het overige de stelling als zou de intrekking van de vergunning op onjuiste gronden zijn genomen. Ten eerste is er feitelijk geen sprake van reële vestiging en verder zou de Britse vervoerder onjuiste informatie hebben verstrekt, hetgeen op zich al reden is om de vergunning in te trekken.
De consequentie van de uitspraak is dat de NIWO op bepaalde punten haar beleidsregels moet herzien. Zo zal niet langer kunnen worden geëist dat de vakbekwame persoon 40 uur op de plaats van vestiging moet vertoeven. Verder kan een buitenlandse vervoerder met een filiaal in Nederland zelf de vakbekwaamheid inbrengen, hetgeen betekent dat de Nederlandse vestiging kan worden bemand met een niet vakbekwaam persoon.
ยป Terug naar het nieuwsoverzicht

