Handige documenten

→ Boetetabel WGW

→ Tarievenlijst ATB

 

Vallenduuk advocaten in de media

Lees alle publicaties...

 

Columns

Lees alle columns...

 

Nieuwsbrieven Altro Via, 3DA

 

Rapport 'Alleen op de wereld'

Download hier het rapport 'Alleen op de wereld' over het tragische lot van veel beroepschauffeurs die vaak onschuldig in buitenlandse gevangenissen (voornamelijk Frankrijk) verblijven.

Transport, prostitutie en koffieshops (de Bibobwetgeving)

Gepubliceerd als artikel in het onafhankelijke magazine 'Personenvervoer'  — oktober 2003

Dat de taxisector wel eens in een adem wordt genoemd met prostitutie en andere vormen van criminaliteit wekt geen verbazing.  Zolang het over de grote steden gaat voelen de meeste taxi-ondernemers zich niet direct aangesproken.  Maar een wetsontwerp waarin transport, prostitutie en koffieshops op een hoop worden gegooid, doet toch wel een wenkbrauw fronsen.  Het wetsontwerp Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur (BIBOB) zoals dat in november 2000 bij de Tweede Kamer werd ingediend stelt maar liefst de gehele beroepsgroep ‘wegvervoer’ in een kwaad daglicht.  Van de branche-organisaties zijn tot nu toe geen geluiden gekomen om daar verontwaardigd over te zijn. In dit wetsontwerp is volgens de toelichting een aantal branches gekozen die het spits mogen afbijten: horeca, transport, milieubeheer, bouw, bordelen en coffeeshops. De keuze voor deze sectoren was gedaan omdat begin jaren negentig criminele personen doordrongen in het economisch leven en een beroep deden op bestuurlijke voorzieningen. In de Memorie van Toelichting staat dat zich dat ook voordeed bij het wegvervoer: ‘...de toekenning van een vergunning aan een internationaal transportbedrijf.’ Nadien waren er de bevindingen van de Commissie van Traa, die het transport als een van de branches kenschetste, waar criminele organisaties hun opgebouwde vermogen investeerden. Daar waren dan wel besluiten voor nodig van de overheid, zoals vergunningen, subsidies toestemmingen enzovoorts. Dekmantelbedrijven werden opgericht om geld wit te wassen of illegale afval te storten of transporten uit te voeren. Wèl hadden daar voor overheden hun medewerking verleend door al dan niet na screening, of na slechts die screening die de wet toestaat, te bewilligen in besluiten. De nieuwe wet wil daar een eind aan maken door een bureau BIBOB in te stellen dat met voldoende volmacht toegang heeft tot allerhande registers en informatiebronnen (vrnl. politie- en justitiële bronnen). Instanties die vergunningen moeten uitgeven kunnen dan het bureau raadplegen alvorens een vergunning te verstrekken. Zoals bekend dient men aan het vereiste van ‘betrouwbaarheid’ te voldoen om toegang te krijgen tot het beroep van vervoerder. De gehanteerde criteria getoetst door de burgemeester hebben weinig inhoud. Als men al vlekken op het blazoen vindt, verzetten resocialisatiegedachten zich tegen het onthouden van de verklaring omtrent het gedrag. De vraag is nu of de overheid, die zelf een integriteitsprobleem heeft en daarvoor dus deze wet uitvaardigt, daarbij tegelijkertijd enige bedrijfstakken stigmatiseert, niet te ver gaat. In het wetsontwerp BIBOB dat thans in een afrondende fase in de Tweed Kamer voorligt, wordt o.a. verwezen naar wettelijke bepalingen in de Wet Personenvervoer en de Wet goederenvervoer. Het zou een huzarenstukje zijn en de bonafide vervoerders wat waard zijn, als deze integriteitstest ertoe zouden leiden dat eerlijker wordt geconcurreerd. Maar er is bijvoorbeeld al vanuit de Registratiekamer forse kritiek op het wetsontwerp geuit (zie NJB 42, 1999). De noodzakelijk geachte inbreuken op de persoonlijke levenssfeer lijken niet gerechtvaardigd te zijn. Verder is de informatie waarvan gebruik gemaakt kan worden niet altijd even hard: sepots, transacties, deelnemingen en zelfs de kans (!) dat strafbaar gedrag zich zal voordoen. Mogelijk strafbaar gedrag en direct of indirect in relatie staan tot strafbaar gedrag zal dus een rol kunnen spelen!  Zo staat in de Memorie van Toelichting op artikel 37 (Wet Goederenvervoer):” Wanneer de Rijksverkeersinspectie een bepaalde vergunninghouder enige tijd volgt en het vermoeden heeft dat het gebruik van de vergunning bijvoorbeeld leidt tot het benutten van uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordeel, kan in voorkomend geval na advies van het Bureau BIBOB de vergunning door het bevoegde orgaan worden ingetrokken.” Uit deze tekst blijkt dat alleen al een vermoeden voldoende is om een vergunning te doen intrekken. Letterlijk staat er in de toelichting ook: “Het gaat niet om het bewijzen van gepleegde strafbare feiten, maar om het onderkennen van risico’s voor de toekomst”(!). Er wordt dan wel gesproken over relevante strafbare feiten, maar als een winkeldiefstal dat niet is, zijn overtredingen van de Arbeidstijdenwet dat wel degelijk. Dat plaatst in principe veel vervoerbedrijven meteen al binnen de aandacht van het bureau BIBOB, om niet te zeggen de grotere bedrijven op de eerste rij. Nu is er ook hier rechtsbescherming, in die zin dat men bij de Minister bezwaar kan maken tegen het niet afgeven van de vergunning. Zelfs wordt men al in de voorfase gehoord als het bestuursorgaan beoogd een aanvraag voor een vergunning af te wijzen. Op 5 oktober 2001 schrijven de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie een brief naar de voorzitter van de Tweede Kamer. In die brief staat een zin: “Zo zullen bij de beoordeling van de mate van gevaar in het kader van de aanvraag om een vervoersvergunning allerlei vervoersdelicten die in het verleden zijn gepleegd een belangrijke rol spelen, terwijl dergelijke delicten in het kader van het bepalen van de mate van gevaar bij de aanvraag om een drank- en horecavergunning een veel minder zware rol zullen spelen.”  Nu wordt ook duidelijk dat onder strafbare feiten ‘vervoersdelicten’ worden verstaan.  Daarmee kan in principe elke vervoerder worden afgerekend op over hem bekend zijnde informatie in strafrechtelijke zin, waarbij behalve over veroordelingen, ook o transacties en sepots een rol kunnen spelen.  Nog erger: gegevens van direct of indirect betrokkenen spelen een rol bij de vraag of u uw vervoersvergunning krijgt of kwijtraakt. Het zwarte schaap uit de familie zou dus in theorie uw vergunning in gevaar kunnen brengen.  Behalve de Registratiekamer heeft ook de Raad van State ‘s - lands meest gezaghebbende adviesorgaan - gezegd dat artikel 3 een aantal vage criteria bevat: «een gevaar bestaat», «die erop wijzen of doen vermoeden», «betrokkene in relatie staat tot».  De Raad stelt voor die criteria harder te maken omdat betwijfeld wordt dat deze begrippen voldoende rechtszekerheid bieden.  De regering heeft dat naast zich neer gelegd. Ook in de Tweede Kamer is juist op dit punt uitvoerig gedebatteerd.  Zo zijn er amendementen voorgesteld om niet slechts te spreken over een ‘gevaar’ maar over: ‘ernstig gevaar’, ‘aantoonbaar ernstig gevaar’ en ‘aanmerkelijk gevaar’.  De Minister heeft dit allemaal afgeraden.  De enige zoethouder waar de kamerleden het mee moeten doen is: dat het bureau BIBOB dat vanaf 2002 aan de IVW als vergunningverlener, een gradatie geeft: geen gevaar, enig gevaar of ernstig gevaar.

Het meest voorkomende vervoersdelict in het personenvervoer is natuurlijk de overtreding van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer.  Nu vrijheid, marktwerking en deregulering zijn langste tijd heeft gehad, moet rekening worden gehouden met toenemende controle. Inspecteurs gaan nu ook al met halfzachte normen uit de Arbowetgeving op pad. Vanuit de Europese hoek komen daarbij vervolgens steeds meer regels voor de vervoerssector bij: de 48-urige werkweek, elektronische gegevensopslag, de chauffeurskaart, de werkgeversverklaring (net afgeschaft in het busvervoer) en de periodieke test van vakbekwaamheid voor de beroeps-chauffeur. De kans dat er personenvervoerders in Nederland zijn, die in enig jaar geheel comform de wet zijn werkzaamheden verricht is nul.  Daarmee komt elke vervoerder binnen het bereik van het Bibob-instrumentarium, als alleen al het bestaan van gevaar op vervoersdelicten kan leiden tot onthouding van de vergunning.  De kans op willekeur is dan levensgroot.  De sector is feitelijk al te laat en heeft in de lobby kansen laten liggen.  Waar zijn de protesten gebleven toen het wetsontwerp de transportsector in een adem noemde  met prostitutie en koffieshops?  In den Haag is dat geen item meer.